Trajectbegeleiding Cultuurplan Limburg in de steigers

In het kader van het Cultuurplan Limburg heeft Cultuurminister Sven Gatz professionele trajectbegeleiders aangesteld. Zij starten vanaf 2019 met de begeleiding van culturele organisaties, om hen onder meer te helpen bij het opstellen van kwaliteitsvolle subsidiedossiers.

De trajectbegeleiders vormen een nieuwe stap in de uitrol van het Cultuurplan Limburg dat minister Gatz en gedeputeerde Igor Philtjens vorig jaar hebben gelanceerd. Het gaat om de consultants van Kessels&Smit (met o.a. Sofie Hendrikx) en De CijferFabrik (Raf Vermeiren). Hun opdracht bestaat erin culturele organisaties te begeleiden op strategisch, communicatief, financieel en human resourcesvlak. Dit moet hen helpen om zich sterker te profileren en positioneren in het brede culturele veld. Een van de belangrijke opdrachten van de trajectbegeleiders bestaat er ook in om de culturele organisaties bij te staan in de opmaak van subsidiedossiers.

Het tweejarenplan van Gatz en Philtjens wil Limburg cultureel laten aansluiten op de rest van Vlaanderen. Bij de toekenning van de structurele kunstensubsidies 2017-2021 bleek immers dat Limburgse kunstenorganisaties maar weinig aanvragen goedgekeurd kregen. Slechts 3,38 procent van het totaal aantal goedgekeurde dossiers en 2,53 procent van het goedgekeurde totaalbedrag ging toen naar Limburg.

Het Cultuurplan Limburg wil de positie van Limburg in het Vlaams cultuurlandschap versterken via zeven speerpunten: meer middelen, samenwerking, brede cultuurparticipatie, erfgoed uitspelen, Z33 erkennen als Vlaamse kunstinstelling, kunst in de open ruimte en euregionale samenwerking. Het plan voorziet in extra middelen en mensen voor 2018 en 2019 en geeft aan hoe men de zaken structureel kan aanpakken.

Zo werd in het voorjaar van 2018 Pieter Jan Valgaeren aangesteld als aanjager. Op basis van gesprekken met de sector, cijferrapporten en eerder onderzoek maakte hij al een veldanalyse. Die heeft geleid tot concrete werkpunten en aanbevelingen. De eerste aanbeveling betrof een professionele trajectbegeleiding, die nu dus in de steigers staat. Daarnaast zijn er nog andere aandachtspunten waarmee Valgaeren zich richt tot de diverse culturele actoren, binnen de verschillende deelsectoren, en tot de lokale en Vlaamse beleidsmakers:

  • Talentontwikkeling gericht op meer creatie en productie, via (bovenlokale) coproducties en samenwerking, het terughalen van talent (bv. via masterclasses, als coach) en via netwerking, logistieke steun, matchmaking en coaching door peers, de zgn. trekkers, cultuurcentra of reeds bestaande en nieuw op te richten platforms als LIKO en Cultuurnet.Limburg.
  • Proactief HR-beleid, gericht op het aantrekken van nieuwe inhoudelijke/artistieke en zakelijke profielen van buiten de regio, zowel voor binnen de organisatie als voor de raad van bestuur.
  • Een bovenlokaal cultuurbeleidsplan dat streeft naar culturele samenwerking tussen verschillende steden en gemeenten, met bijzondere aandacht voor coproducties (‘samen kan je meer’) en voor bovenlokale cultuurcommunicatie.
  • Sterker inzetten op samenwerking met private actoren, op fundraising/friendraising.
  • Uitbouwen van labofunctie voor sociaal-artistiek werk, gericht op de communicatie en implementatie van good practices.
  • Vakmanschap op cross-sectoraal niveau in de kijker zetten (cf. dienstverlenende rol Bokrijk) en in samenwerking met onderwijspartners, bedrijven, vakorganisaties,… (euregionale) trajecten opzetten.
  • Uitbouw van een residentiebeleid, met een accent op ontwikkeling en creatie, met euregionale uitstraling, i.s.m. met lokale besturen mede in functie van herbestemmingsprojecten van leegstaande gebouwen.
  • Het stimuleren en ondersteunen van investeringen in een gezamenlijke, bovenlokale depotinfrastructuur, met bijzondere aandacht voor het Limburgs mijnerfgoed(cf. be-MINE PIT).

Minister Sven Gatz: “Het Cultuurplan Limburg zit nu op kruissnelheid. Het vertrekt vanuit de eigenheid van de regio om zo een beleid op maat uit te tekenen. Hierbij staan gerichte acties voorop om de structurele lacunes en verbeterpunten aan te pakken. Dit is meer dan een verhaal van financiële middelen. We moeten ons ook bewust zijn van de culturele troeven van de regio en die sterker uitspelen, meer zichtbaar maken en inzetten ter versterking van andere initiatieven. Zo spelen de vele cultuurcentra een belangrijke rol, is het project rond kunst in de open ruimte uniek in zijn soort en kent de regio een rijke traditie van vakmanschap, erfgoed en diverse culturen.”

Contacteer ons
Eva Vanhengel Woordvoerder Sven Gatz
Eva Vanhengel Woordvoerder Sven Gatz
Over Sven Gatz

Sven Gatz
Minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel
Koolstraat 35
1000 Brussel