Sven Gatz stelt actieplan voor tegen grensoverschrijdend gedrag in cultuur- en mediasector

Dinsdag 26 juni 2018 — Uit een onderzoek van CuDOS (Vakgroep Sociologie -UGent) blijkt het grensoverschrijdend gedrag (GOG) in de cultuur- en mediasector behoorlijk groot. Tegelijk met de voorstelling van de onderzoeksresultaten stelde minister van Cultuur en Media Sven Gatz een actieplan voor om het grensoverschrijdend gedrag in beide sectoren beter aan te pakken.

De studie van de onderzoeksgroep CuDOS bracht na een bevraging van 2.161 personen het seksueel grensoverschrijdend gedrag in die sectoren op een erg gedetailleerde manier in kaart. De respondenten kregen vragen voorgelegd over ongewenste handelingen van seksueel getinte grappen tot gedwongen seksueel contact gedurende zowel de volledige loopbaan als specifiek tijdens het voorbije jaar. Ze konden daarbij zelf aangeven of zij het al dan niet als grensoverschrijdend hadden ervaren.

Voor de helft van de vrouwen in de cultuur- en/of mediasector blijkt dat het voorbije jaar het geval geweest te zijn. Communicatief grensoverschrijdend gedrag komt het meest voor. Hierbij gaat het om ongepaste seksuele of seksistische toespelingen tijdens conversaties op het werk. Toch geeft ook 1 op 4 vrouwen in de cultuursector aan dat zij in het voorbije jaar ook ongewenste fysieke of seksuele toenaderingen hebben ervaren. Vier procent zegt dat zij gedwongen of gechanteerd werden om seksueel contact te hebben.

In de mediasector liggen de cijfers iets lager: 1 op 5 vrouwen geeft aan ongewenste fysieke of seksuele toenaderingen te hebben ervaren en 3% werd gedwongen of gechanteerd om seksueel contact te hebben. Mannen ervaren deze zaken beduidend minder dan vrouwen. Maar toch zegt ook 18% van de mannen in de culturele of mediasector het voorbije jaar het slachtoffer geweest te zijn van een bepaalde vorm van grensoverschrijdend gedrag.

Risicogroepen

Grensoverschrijdend gedrag lijkt het meest voor te komen bij jonge mensen, aan het begin van hun carrière. Ook vrouwen die al langer in de sector zitten geven retrospectief aan dat grensoverschrijdend gedrag iets meer voorkomt in de eerste 5 a 10 jaar van de carrière, wat niet betekent dat dit gedrag niet meer voorkomt in de latere fasen van de loopbaan.

Grensoverschrijdend gedrag komt het vaakst voor tijdens interacties op het werk die gekenmerkt worden door duidelijke verschillen in professioneel aanzien. Dit blijkt vooral het geval te zijn voor vrouwelijke slachtoffers: 79% van de vrouwelijke slachtoffers geeft aan dat zij in het verleden werden lastig gevallen door iemand uit de werkomgeving met een hogere professionele status, bij mannen is dat 64%. Toch blijken ook vrouwen met een hogere professionele status binnen de sector nog vaak geconfronteerd te worden met bepaalde vormen van communicatief grensoverschrijdend gedrag (bij mannen neemt dit af naarmate de status stijgt). Dit heeft vaak te maken met het ondermijnen van deze hogere status door een taalgebruik dat kleineert of kinderlijk beleert.

Daarnaast geven personen met een eerder artistieke of een artistiek technische functie vaker aan dat zij bepaalde vormen van grensoverschrijdend gedrag hebben meegemaakt. Bij personen met een administratieve of meer ondersteunende functie is dit minder het geval.

Een andere kwetsbare groep vormen de zelfstandigen in een freelance positie en werknemers met een tijdelijk contract. Deze groep geeft aan vaker dan andere groepen het voorbije jaar blootgesteld geweest te zijn aan ongewenste fysieke of seksuele toenaderingen.

De media- en cultuursector worden naast relatief grote statusverschillen ook vaak  gekenmerkt door twee andere riscofactoren voor grensoverschrijdend gedrag, namelijk veel informele contacten en een competitieve sfeer. Het onderzoek toont aan dat personen die deze aspecten ervaren in hun beroepsleven ook vaker met grensoverschrijdend gedrag geconfronteerd worden. Deze aspecten bieden ook deels een verklaring voor het feit dat grensoverschrijdend gedrag vaker voorkomt bij artistieke of artistiek-technische functies of wanneer men met tijdelijke contracten werkt.

Meldingen

De studie leidde ook tot opvallende bevindingen over hoe slachtoffers met grensoverschrijdend gedrag omgaan. Van de personen die ooit gedwongen of gechanteerd werden tot seksueel contact, geeft slechts 17% aan formeel iemand (bv. vertrouwenspersoon, leidinggevende, politie, …) gecontacteerd te hebben om dit gedrag te melden. Meer dan de helft geeft wel aan hierover informeel met collega’s of persoonlijke contacten binnen de sector gepraat te hebben.

Vrouwen voeren vaker informele persoonlijke gesprekken met collega’s of  personen buiten de sector wanneer ze gedwongen of gechanteerd werden tot seksueel contact dan mannen. Ook personen met tijdelijke contracten zullen zich meer dan personen met een langdurig contract richten tot personen buiten de sector. Deze laatste groep is ook minder op de hoogte van de bestaande kanalen om grensoverschrijdend gedrag te melden en zij geven ook aan dat zij er minder vertrouwen in hebben dat een klacht over seksuele intimidatie op gepaste wijze zou behandeld worden door de werkgever.

Het meest voorkomende mechanisme om het grensoverschrijdend gedrag te verwerken, is het vermijden van de persoon die het gedrag stelde (44% van de slachtoffers geeft aan dit te doen). Daarnaast geeft 18% zich zelf de schuld wanneer men slachtoffer werd van dwangmatig seksueel grensoverschrijdend gedrag, wat een belangrijke barrière kan vormen om hulp te zoeken.

Tenslotte kan aangestipt worden dat 30% van de ondervraagden aangeeft dat problemen rond grensoverschrijdend gedrag moeilijk tot zeer moeilijk bespreekbaar zijn binnen de organisatie(s) waarmee ze werken. Dit kan het gevolg zijn van de onbekendheid van procedures die bestaan om seksueel grensoverschrijdend gedrag te melden. Of het kan liggen aan de vrees voor nadelige gevolgen van een melding, bijvoorbeeld voor de verdere carrière. Dit laatste is de meest vermelde reden waarom slachtoffers finaal het grensoverschrijdend gedrag niet melden of aanklagen. Risicofactoren zoals een competitieve sfeer en grote verschillen in professioneel aanzien kunnen ook hier weer een verklaring bieden.

Actieplan Cultuur en Media

De berichten rond grensoverschrijdend gedrag in de kunsten- en audiovisuele sector van eind 2017 vormden voor minister Sven Gatz de aanleiding om dit onderzoek te gelasten. Samen met tien organisaties en de vakbonden van deze sectoren werkte de minister een actieplan uit om de problematiek effectiever aan te pakken. Na een rondetafelgesprek formuleerden drie werkgroepen (preventie, procedures van klachtmelding en sanctionering) acties, telkens vanuit drie perspectieven: op het niveau van de organisatie, met specifieke aandacht voor freelancers; op het niveau van de sector en tenslotte algemene, sectoroverschrijdende voorstellen.

Het plan heeft vooral tot doel ervoor te zorgen dat de kanalen om klachten te melden gekend zijn, benut worden en dat de slachtoffers hulp krijgen. Daarom beslist minister Gatz, samen met zijn collega voor Welzijn Vandeurzen,  eerst en vooral het meldpunt 1712 te versterken.

“Momenteel is er weinig tot geen kennis aanwezig bij het meldpunt 1712 over de specifieke aspecten van het werken in de cultuur- en audiovisuele sector. Zo zal er een coördinator worden aangesteld die moet instaan voor de bredere bekendmaking van 1712 bij cultuur- en mediaorganisaties. Het meldpunt zal daarnaast op bepaalde dagen na de kantooruren bereikbaar zijn en er komt een bijvoorbeeld een chatfunctie die het meldpunt toegankelijker moet maken,” zegt minister Gatz.

Niet alleen slachtoffers moeten geholpen worden, ook daders moeten op hun gedrag aangesproken kunnen worden zodat het ongewenst gedrag snel aangepakt kan worden. Daarom creëert minister Gatz een ombudsfunctie voor de cultuur- en audiovisuele sector. De ombudsman of -vrouw zal als aanspreekpunt en bemiddelaar optreden.

Het actieplan zet verder volop in op de opleiding van vertrouwenspersonen. Er komen ook opleidingen en informatieverstrekking voor leidinggevenden en raden van bestuur. In beheersovereenkomsten of bepalingen voor goed bestuur die de overheid oplegt, zullen bepalingen over grensoverschrijdend gedrag worden opgenomen.

Met het onderwijs start overleg om het thema grensoverschrijdend gedrag ingang te doen vinden in de opleidingen die voorbereiden op een job in de kunsten- en audiovisuele sector. Het actieplan zet tenslotte vanaf 2019 en na de versterking van meldpunt 1712 en de uitwerking van de ombudsfunctie, breed in op sensibilisering. Daarvoor komt er een campagne met een herkenbaar logo. Enkele BV’s zullen er het peter- en meterschap van opnemen.

Voor de uitrol van het actieplan maakt minister Gatz 102.500 euro vrij.

Eva Vanhengel

Woordvoerder Sven Gatz

Kabinet Gatz