Onze hoofdstad is geen strategobord

Sven Gatz is het beu dat de N-VA Brussel als een probleem ziet en alleen maar op de moeilijkheden focust.

Donderdag 4 mei 2017 — De voorzitter van de grootste partij van het land legt zijn communautaire kaarten voluit op tafel in een boek: voorwaarts met het confederalisme (DS 3 mei). Nu ben ik als overtuigd federalist, zowel in eigen land als Europees, niet zo wild van dat confederalisme. Ik denk eerder dat we net toe zijn aan een ander soort checks-and-balances om dit mooie land te laten draaien: een federale kieskring bijvoorbeeld en meer samenwerking in en met Brussel, om maar enkele zaken te noemen.

In zijn slotessay in het boek Onvoltooid Vlaanderen lijkt Bart De Wever daar ook op aan te sturen. Maar schijn bedriegt. Natuurlijk ligt een verdere integratie van de complexe Brusselse instellingen in het vuur, dat staat in de sterren geschreven. Maar in Vlaanderen bekijkt men de eenmaking van bijvoorbeeld de 19 gemeenten en vooral van de hoofdstedelijke po­litiezones te veel als een institutionele tovertruc: voeg dat allemaal samen en alles is opgelost. Nochtans is ook met de huidige zes politiezones in Brussel, net zoals in Antwerpen, de criminaliteit gevoelig gedaald, terwijl het aantal inwoners sterk is toegenomen. Of hoe men de splinter in het Brussels oog altijd haarscherp ziet, maar de Antwerpse balk in het eigen oog blijkbaar niet. Een debat? Graag. Maar ook op basis van cijfers en niet alleen van een fetisj.

Kosmopolitische mix

Over stokpaardjes gesproken: waar het essay van de N-VA-voorzitter werkelijk schromelijk tekortschiet, is in de basisbenadering van Brussel. Mogelijkheden zijn er blijkbaar niet, enkel moeilijkheden die alleen met Vlaamse hulp kunnen verholpen worden. De N-VA wil meer autonomie voor Vlaanderen en Wallonië, maar niet voor Brussel. In die zin is de confederale piste een theoretische constructie die losstaat van de Brusselse realiteit. Vandaag groeit meer dan één Brussels kind op de twee op in een gezin waar de voertaal niet het Nederlands of het Frans is (of in het beste geval ook een van de twee landstalen). En dan wil de N-VA de Brusselaars in een soort subnationaliteit laten kiezen tussen Vlaamse en Franstalige scholen, culturele centra, rusthuizen? Onze stad wordt net meer een kosmopolitische mix en dat kostbare weefsel wil de N-VA nu vakkundig ontrafelen?

We bereiken meer kinderen en volwassenen dan ooit in onze Nederlandstalige scholen en in het Huis van het Nederlands. Op een gestage en organische manier: mensen willen Nederlands leren omdat het meer kans op werk biedt, een brood meer op tafel. Nederlands als taal van sociale mobiliteit. Nu zou de N-VA iedereen voor een harde en kunstmatige keuze stellen: als je naar een Nederlandstalige school gaat in Brussel, zou je niet meer naar een Franstalige voetbalclub kunnen of omgekeerd? Kom nou! Brussel heeft nood aan een project dat mensen samenbrengt, niet aan een spelletje stratego dat misschien goed lijkt voor de instellingen, maar slecht is voor de mensen.

Brussel-stem

Mag ik in dat verband mijn voorstel in herinnering brengen om de Brusselaars bij hun gewestverkiezingen een tweede stem, een Brussel-stem, te geven: je zou op die manier mogen stemmen op een kandidaat van de taalgroep van je keuze, maar ook op een andere kandidaat van een andere taalgroep. Zo creëer je een echte keuze voor de Brusselaar. En zo creëer je in onze stad en ons gewest een groep politici die zich actief richten tot alle Brusselaars en niet gemakshalve op die van de eigen taalgroep.

Brussel heeft vooral nood aan creatieve oplossingen die de stad en de samenleving sterker maken, en niet aan Vlaamse hocus pocus die meer dan een miljoen mensen reduceert tot pionnen op een strategobord.

Published with Prezly