Nieuwe studie Econopolis dringt aan op samenwerking in Vlaamse audiovisuele sector

Dat het uitgesteld kijken, de toegenomen internationale concurrentie en het weglekken van advertentie-inkomsten naar online-aanbieders de leefbaarheid van de Vlaamse audiovisuele sector bedreigt, stelde Econopolis al in 2017 vast. Het studiebureau heeft op vraag van Mediaminister Sven Gatz nu een actualisering klaar. Die toont aan dat de impact van het snel veranderend kijkgedrag van de audiovisuele consument, vooral het uitgesteld kijken, nog is toegenomen.

Enkele cijfers uit het rapport illustreren dit: 33% van alle programma’s op de private zenders wordt door de commercieel interessantste doelgroep van 18 tot 54 jaar in het tijdsslot van 17 tot 24 u uitgesteld bekeken. De stijging doet zich voor in alle genres. Twintig van de 29 programma’s die het meest uitgesteld werden bekeken zijn Vlaamse producties. Bij de aangehaalde doelgroep keek bvb 72,9 % uitgesteld naar De Mol (Vier). Andere erg hoge cijfers voor uitgesteld kijken halen Temptation Island op Vijf (67,3%), Blind getrouwd op VTM (58,8%) en Gevoel voor tumor op Eén (52,8%).

De studie voorspelt voor deze doelgroep en dit tijdsslot een stijging van uitgesteld kijken tot 50% in 2026. Vandaag hoort de totale televisiekijkende bevolking van Vlaanderen wat betreft uitgesteld kijken met 16,7% over de gehele dag gemeten tot de koplopers in Europa.

Dit heeft voor gevolg dat de kijktijd voor adverteerders die deze programma’s financieren daalt. De reclame-inkomsten dalen tot 18% bij 50% uitgesteld kijken.Na het online-lek naar giganten als Google, Amazon, Facebook en Apple, de GAFA’s van deze wereld, vormt uitgesteld kijken een bijkomend lek voor onze mediasector.

Die evolutie zet de unieke Vlaamse audiovisuele sector onder steeds grotere druk. Econopolis komt daarom met aanbevelingen naar de hele sector, de overheid en de kijker-consument. Onze Vlaamse audiovisuele sector is gekenmerkt door een grote diversiteit aan content (films, tv-series, documentaires en andere audiovisuele producties) met een voor een kleine markt als de Vlaamse uniek volume en kwaliteit.

Bovendien geniet net die content een grote populariteit bij de kijkers en komt ze tot stand in een bloeiende markt van makers, de Vlaamse creatieve sector. Tegelijk bestaat er een scherpe concurrentie tussen de commerciële en publieke spelers (omroepen, dienstenverleners en productiebedrijven). Om die lokale Vlaamse sector leefbaar te houden, dringen zich volgens Econopolis hervormingen op.

Samenwerking in die concurrentiële sector tussen omroepen, distributeurs en producenten vormt daarbij het sleutelwoord. Daarbij dient voor Mediaminister Sven Gatz het kijkerscomfort te blijven sporen met de nieuwe noden en verwachtingen van de consument.

De belangrijkste aanbevelingen van de studie betreffen:
- een duurzaam financieel model voor de sector;
- het comfort voor de kijker;
- de haalbaarheid van een “Vlaamse Netflix

Minister Sven Gatz: “Mijn rol in het medialandschap is die van een facilitator. Ik heb de verzamelde kennis, gegevens en aanbevelingen op een ronde tafel overgemaakt aan de betrokken spelers. Zij krijgen nu de tijd om op de studie te reageren. Daarna zal ik nagaan of het mogelijk is om met de sector tot een overeenkomst te komen en, indien nodig, regelgevende initiatieven te nemen.”

In bijlage vindt u de studie. Bijkomende informatie over de studie is te bekomen bij Geert Wellens (geert.wellens@econopolis.be,  gsm 0477 50 47 53)    

Contacteer ons
Eva Vanhengel Woordvoerder Sven Gatz, Kabinet Gatz
Eva Vanhengel Woordvoerder Sven Gatz, Kabinet Gatz