In zijn stripfiguren leeft Sleen verder

Reactie Sven Gatz op overlijden Marc Sleen

Maandag 7 november 2016 — Met Marc Sleen verliest ons land een van zijn grootste striptekenaars. Zo reageert minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel Sven Gatz op het nieuws dat Marc Sleen overleden is. ‘Met zijn vele memorabele stripfiguren zorgde de geestelijke vader van Nero voor ontelbare knipoogjes, schaterlachen en amusement bij jong en oud, generaties lang en breed. In zijn strips vond Marc het medium par excellence om de Vlaamse gulle lach te verspreiden.’

Sven Gatz las al van toen hij een broekventje was gretig de strips van Marc Sleen, vooral van Nero, zijn grootste en legendarisch geworden reeks. Hij genoot van de onverwachte grappen, de vindingrijkheid van de verhalen en de vele knipogen die op bijna elke pagina voor een glimlach zorgen. ‘Mijn favoriete album is “De hoed van Geeraard de Duivel”’, herinnert Gatz zich. ‘Nero is veel meer dan een beeldverhaal, het is ook een politiek overzicht van de jaren 50, 60, 70 en 80. “De brief aan Nasser” is bijvoorbeeld nog steeds actueel voor het Midden-Oosten, maar ook in andere strips stak ik als kind en puber heel wat weetjes over de wereld op.’

Marc Sleen was een groot Belgisch surrealistisch kunstenaar, die zoals Breugel, Bosch of Magritte de tijdsgeest waarin hij leefde ludiek en vaak bijzonder treffend verbeeldde. Zijn Nerofiguur was in feite de eerste antiheld van de stripgeschiedenis. Nero wenste maar één ding: zijn zetel en zijn krant. Maar hij werd in elk album tegen zijn zin meegesleurd in een spiraal van avonturen. Zijn zoontje Adhemar, nog zo’n anti-superheld, wist gelukkig altijd een manier om zijn vader te verlossen uit de nesten waarin hij zich had gewerkt.

De stripprijs de Bronzen Adhemar, de Sleenpostzegel, zijn eigen museum recht over het Stripmuseum in de Brusselse Zandstaat, het zijn allemaal al tekens van eerbetoon aan Marc Sleen. Maar Sleen zal vooral blijven voortleven in zijn onvergetelijke figuren als Jan Spier, Abraham Tuizentfloot, Meneer en Madam Pijp, Piet Fluwijn en Bolleke of de Lustige Kapoentjes. ‘Ik bewaar nog een goede persoonlijke herinnering aan Marc Sleen’, besluit Gatz. ‘Ik heb de oude meester mogen ontmoeten toen ik op vraag van de Stichting Marc Sleen het eerste brouwsel van het Nerobier heb gebrouwen. En het smaakte hem!’

Minister Gatz wenst de familie, vrienden en kennissen van Marc Sleen veel sterkte toe.

Nero Bier
Nero
Nero
Lustige Kapoentjes
Piet Fluwijn en Bolleke

Published with Prezly