Gatz en Philtjens stellen Cultuurplan Limburg voor

Inleiding

Ook cultureel moet Limburg aansluiten op Vlaanderen.

- Extra geld en mensen voor cultuur in 2018 en 2019

- Meer participatie en vooral meer productie

- Een “aanjager” en “voortrekkers” moeten leiding nemen

Limburg is geen cultuurwoestijn. De vele cultuurcentra spelen een belangrijke rol. Toch zou men moeten komen tot nog meer aanbod, meer cultuurparticipatie en vooral meer productie om het Vlaams niveau te benaderen. Het “Cultuurplan Limburg” van minister van Cultuur Sven Gatz en Limburgs gedeputeerde voor Cultuur Igor Philtjens wil hieraan bijdragen. Het voorziet in extra middelen en mensen voor de jaren 2018 en 2019 en geeft aan hoe men de zaken structureel kan aanpakken.

Minder aanbod

Eerst wat cijfers om de context te duiden.  Wanneer men kijkt naar het aantal inwoners, dan heeft Limburg het hoogste aantal cultuurcentra. Een aantal daarvan vervullen een bovenlokale rol. Ze maken hun rol als platform voor de verspreiding van podiumkunsten helemaal waar. Niet minder dan 95 procent van de structureel gesubsidieerde podiumproducenten werd in de voorbije jaren door een van de Limburgse CC’s geprogrammeerd. Ook qua cultuurparticipatie spelen de Limburgse cultuurcentra hun rol. Ze zijn binnen Vlaanderen de drukst bezochte cultuur- en gemeenschapscentra.

Minder participatie

Limburg is dus geen cultuurwoestijn. Wat niet wegneemt dat er wel degelijk pijnpunten  zijn. Over het algemeen is de cultuurparticipatie in Limburg het kleinst van alle Vlaamse provincies; en dit zowel wat betreft de frequente als de occasionele bezoekers. Er zijn meerdere verklaringen. Het aanbod buiten de cultuurcentra is klein. En Limburg telt in verhouding minder hoger geschoolden die meer  cultureel actief zijn.

Een vaker naar voren geschoven verklaring is dat er in Limburg geen echt grote stad is die zorgt voor veel aanbod en participatie in de grotere regio. Dat is zo. Het bewijs daarvan is dat ook binnen Limburg het de grotere steden zijn die voor het meeste aanbod en de beste participatiecijfers zorgen. We hebben het dan over Hasselt, Genk en Tongeren, terwijl er ook voor steden en gemeenten van dezelfde schaal – zoals bijvoorbeeld Beringen en Sint-Truiden – nog marge is. Het ontbreken aan een echt grote stad die trekt, is de reden waarom er vanuit het provinciebestuur altijd veel geïnvesteerd is in cultuur. Dubbel zoveel dan het gemiddelde in de andere provincies. En toch moet men het effect van de grote steden nuanceren. Wanneer men de steden Antwerpen, Gent en Brussel uit de cijfers voor de provincies Antwerpen, Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant haalt, ziet men dat de cultuurparticipatie in die provincies nog altijd groter is dan in Limburg.

Minder productie

Een nog groter pijnpunt is de immense ondervertegenwoordiging van Limburgse kunstenorganisaties en kunstenaars in het kunstenaanbod. We hebben het dan over podiumproducties (dans, theater, muziektheater), concerten en muziekfestivals (klassiek en niet klassiek), musea, tentoonstellingen, erfgoedparticipatie en in iets mindere mate beeldende kunsten.

De Limburgse kunstenorganisaties en kunstenaars slagen er ook moeilijk in om structurele subsidies dan wel projectsubsidies in het kader van het kunstendecreet vast te krijgen. In welke mate dit waar is, bleek vorig jaar bij de verdeling van de structurele subsidies voor de komende vijf jaar. Er werden amper 14 dossiers ingediend en slechts 7 dossiers werden goedgekeurd en kregen subsidies. Daarmee was Limburg goed voor 4,64 procent van het totaal aantal aanvragen en 4,11 procent van het totaal gevraagde bedrag. Na evaluatie zakte dat naar 3,38 procent van het totaal aantal goedgekeurde dossiers en 2,53 procent van het goedgekeurde totaalbedrag. Ter vergelijking, Limburg is goed voor 13 procent van de Vlaamse bevolking. 

Het is niet helemaal uit te sluiten dat hier sprake is van een vicieuze cirkel. De meeste Limburgse kunstenorganisaties zijn onvoldoende professioneel uitgebouwd en zijn door hun kleinschaligheid niet altijd in staat om goede subsidiedossiers te schrijven. Daardoor vallen ze veelal uit de boot en blijven ze klein.

Cultuurplan Limburg

Het Cultuurplan Limburg moet helpen om Limburg cultureel aan te sluiten op de rest van Vlaanderen. Dat is des te meer nodig omdat per 1 januari 2018 de provincie Limburg – zoals overigens alle provincies – haar bevoegdheden inzake cultuur en bijhorende financiële verliest. Ze worden overgedragen naar het Vlaams niveau. Ook de provinciale culturele instellingen worden overgedragen naar het Vlaams niveau (zoals Z33) dan wel het gemeentelijk niveau (zoals het Gallo-Romeins Museum in Tongeren en de Provinciale Bibliotheek in Hasselt).  

Het is een illusie te denken dat Limburg zijn achterstand in een paar jaar tijd kan inhalen. Toch slaat het Cultuurplan Limburg slechts op de jaren 2018 en 2019. Omdat het in 2019 verkiezingen zijn.  Daarna is het aan de Limburgse politici om bij de vorming van de nieuwe Vlaamse regering te beoordelen welk belang ze hechten aan cultuur in Limburg. De bouwstenen daarvoor kunnen ze terugvinden in het Cultuurplan Limburg. Het gaat om 7 bouwstenen.

1. Meer middelen

Koken kost geld. Ook in de culturele sector. Daarom is het absoluut nodig dat het Limburgse aandeel in de Vlaamse subsidiestromen wordt vergroot. Dit impliceert meer en betere Limburgse dossiers. Om dit in de hand te werken komt er een “Aanjager”. Hij moet met de twee voeten in het cultuurveld staan en de Limburgse kunstenorganisaties, kunstenaars en elke organisatie die een cultureel initiatief neemt wijzen op de vele subsidiemogelijkheden. Hij moet hen ook in contact brengen met mogelijke partners, ervaren dossierschrijvers en zo nodig met trajectbegeleiders om ze te versterken in hun organisatie. Het nieuwstedelijk (samengaan van De Queeste en Braakland) is daar een mooi voorbeeld van. Het kampte met problemen, liet zich begeleiden en is nu succesvol.

2. Samenwerking

Samenwerking is in alle sectoren een sleutelwoord om te komen tot succes. Dat geldt ook voor de culturele sector. Samenwerking vermindert de versnippering, stimuleert kruisbestuiving en vergroot de artistieke kwaliteit. Het kan ook zorgen voor meer zichtbaarheid en uitstraling van de Limburgse culturele initiatieven, organisaties en kunstenaars.

Samenwerking impliceert netwerking. Hoe groter het netwerk, hoe sterker de positie binnen het Vlaams cultureel landschap. Binnen dit netwerk moeten ook private culturele partners (bv. galeries) en niet-culturele partners (bv. onderwijsinstellingen) betrokken worden. 

Om dit in de hand te werken, zullen er per discipline “Trekkers” naar voren worden geschoven. Zij zouden binnen hun discipline andere actoren moeten inspireren en ondersteunen op inhoudelijk, zakelijk en logistiek vlak. Daarbij zou er ook speciale aandacht moetenzijn voor talentontwikkeling. Voor de hand liggende “Trekkers” zijn Bokrijk (erfgoed en vakmanschap), Z33 (beeldende kunst, vormgeving en architectuur), CC Muze/Motives for Jazz (jazz), Dommelhof (podiumkunsten, theater- en circuskunsten), PBL (literatuur), B-Classic (klassieke muziek), Muziekodroom (pop & rock), Zebracinema/MOOOV (audiovisueel) en Musica (cultuureducatie).

De “Trekkers” krijgen een belangrijke rol binnen de netwerking. De netwerking zelf zal worden gecoördineerd en aangestuurd door de “Aanjager”.

Samenwerking en netwerking moet op termijn resulteren in culturele manifestaties met een grote uitstraling om zo de culturele perceptie van Limburg op een hoger niveau te tillen.

3. Brede cultuurparticipatie

De cultuurcentra spelen een belangrijke rol binnen het Limburgs cultuurlandschap en zorgen voor cultuurparticipatie. Maar ook hier is nog meer mogelijk door een coöperatief model op te zetten met aandacht voor spreiding, promotie en afstemming van de programmatie. Van de Limburgse cultuurcentra wordt ook verwacht dat ze de Limburgse kunstenorganisaties en kunstenaars ondersteunen in hun creatief proces en hen een presentatieplek geven. Ook hiervoor moeten er “Trekkers” opstaan.

4. Erfgoed uitspelen

Bokrijk is het grootste openluchtmuseum van het land en het Gallo-Romeins Museum in Tongeren is een van de belangrijkste archeologische musea in Europa. Het Gallo-Romeins Museum zou nog meer moeten inzetten op Euregionale samenwerking en grootschalige internationale projecten. En het Openluchtmuseum Bokrijk zou binnen het erfgoeddecreet een dienstverlenende rol op landelijk niveau moeten opnemen om te komen tot een verankering van ambachten en vakmanschap.

Er zal ook een nieuw toekomstplan voor Alden Biesen worden uitgetekend. Hierbij wordt uitdrukkelijk gedacht aan een sterke culturele werking op het vlak van actieve muziekeducatie en –participatie. Hiervoor zal er worden samengewerkt met Musica. 

Tot slot moet het mogelijk zijn om het unieke mijnerfgoed zowel cultureel als toeristisch sterker uit te spelen. De erfgoedcel Mijn-Erfgoed en het mijnmuseum be-MINE krijgen, in samenwerking met het toeristisch hefboomproject, een belangrijke rol. Het opnieuw aan te leggen Kolenspoor dat de verschillende mijnsites met elkaar zal verbinden, kan dit alleen maar versterken.

5. Z33 als Vlaamse Kunstinstelling

Het blijft de ambitie om Z33 op termijn uit te bouwen tot een erkende Vlaamse Kunstinstelling met internationale uitstraling die inzet op experiment, ontwikkeling en innovatie binnen de cluster vormgeving, beeldende kunsten en architectuur. De erkenning kan enkel na een internationale evaluatie en daarvoor zal er een groeipad worden uitgetekend. Eens erkend als Kunstinstelling kan Z33 ook een dienstverlenende rol vervullen voor andere Limburgse kunstenorganisaties.

6. Kunst in de open ruimte

“Kunst in de open ruimte”, een initiatief van Z33 en de provincie Limburg dat zich situeert op het snijvlak tussen kunst, architectuur en landschap, is uniek in zijn soort. Het zal onverminderd worden voortgezet.

7. Euregionale samenwerking

Een toekomstgericht cultuurbeleid is internationaal. Euregionale samenwerking binnen de Euregio Maas-Rijn is een eerste opstap. Tongeren kan hierin een sleutelrol spelen. Z33, Dommelhof, Muziekodroom,  Bokrijk en het Gallo-Romeins Museum moeten hierin de leiding nemen. Zij zullen hiervoor de steun krijgen van een nog aan te duiden coördinator. Z33, Dommelhof, Muziekodroom, Bokrijk en het Gallo-Romeins Museum zouden trouwens elk de ambitie moeten hebben om hét Vlaamse expertisecentrum in hun discipline te zijn.

Contacteer ons

Eva Vanhengel

Woordvoerder Sven Gatz

Kabinet Gatz

Sofie Clerix

Communicatiemedewerker Igor Philtjens