Engagement is geen subsidiecriterium

De Standaard 1 september 2016, Sven Gatz

Donderdag 1 september 2016 — Engagement is verdienstelijk. Maatschappelijk, sociaal en politiek engagement is doorheen de geschiedenis een inspiratiebron geweest voor kunstenaars, voor podiumkunstenaars en zeker ook voor theatermakers. Dat is het vandaag nog. Maar engagement alleen is niet zaligmakend. Ik heb niet de minste problemen met geëngageerd theater, ook niet met het ondersteunen ervan. Zolang het engagement, in welke richting het ook stuurt, de individuele vrijheid van de kunstenaar niet beperkt. Kunst is immers divers en daardoor uitdagend, omdat net de individuele vrijheid van de kunstenaar erin wordt gewaardeerd en tot expressie komt.

Cultureel Vlaanderen kent verschillende sterke generaties. Zo zijn onder anderen de tachtigers zoals ze door Hillaert omschreven werden, sterke en inmiddels gevestigde kunstenaars, die echter vaak ook sterke individualisten zijn. De oproep van Hillaert om in de kunstensector een sterker wij-gevoel en een grotere eendracht te ontwikkelen, kan het individualisme dat kunstenaars in alle disciplines nodig hebben om zich uit te drukken, in de weg komen te staan.

Ik begrijp daarom Jan Fabre goed, waar hij uitroept, en ik parafraseer, om jonge getalenteerde theatermakers niet op te zadelen met het idee dat ze navelstaarders zijn in een ivoren toren, als ze een artistiek traject kiezen dat niét inspeelt op maatschappelijke noden. En als politicus en cultuurminister ben ik een overtuigd tegenstander van het optillen van vormen van sociaal of ecologisch engagement tot subsidiecriteria.

Ik zal dus geen beslissingen voorstellen die blijk geven van mijn voorkeur voor bepaalde artistieke of ideologische richtingen. De vrijheid van de kunstenaar heb ik steeds gerespecteerd. Dat zal ik blijven doen. De kunstenaar is vrij, hij moet niets en mag alles.