Een miljoen vrijwilligers in België krijgen een duidelijk en sterk statuut

Zaterdag 4 maart 2017 — Ongeveer een miljoen vrijwilligers in ons land krijgen een duidelijker en sterker statuut. Het gaat om vrijwilligers die zich inzetten in verenigingen met socio-culturele, jeugd- en sportactiviteiten, in maatschappelijke dienstverlening en onder andere in de zorgsector en die daarvoor enkel een onkostenvergoeding krijgen.

 

Maggie De Block, minister van Sociale zaken en Volksgezondheid: “Onze vrijwilligers zijn “de lijm” in onze samenleving: zij brengen en houden mensen samen. Zij verdienen een duidelijk statuut.”

Kris Peeters, Vice-eersteminister en minister van Werk: ”De wet van 2005 over de rechten van de vrijwilliger was een mijlpaal omdat ze bescherming bood aan vrijwilligers die zich belangeloos inzetten voor sociale activiteiten. Tegelijk zijn er in de praktijk een aantal interpretatie- en andere problemen die tot onzekerheid leiden bij vrijwilligers of bij vrijwilligersorganisaties. Met dit wetsontwerp nemen wij die onzekerheid weg, zodat zowel de vrijwilligers als de organisaties die hen verenigen, nog beter beschermd worden en sterker staan in hun statuut.”

Mensen die in een rusthuis helpen met de maaltijdbedeling, die een amateurtoneelgezelschap of een oudercomité ondersteunen, zullen volgens de nieuwe regels bijvoorbeeld niet langer zelf moeten uitvissen wat mag en wat niet kan. De vereniging waar ze helpen, zal dit voor hen doen.

De aanpassingen aan het vrijwilligersstatuut komen er op advies van de Hoge Raad voor Vrijwilligers. Van 4 tot 12 maart loopt de Week van de Vrijwilligers in ons land.

Tienjarige wet

In 2015 bestond de wet betreffende de rechten van vrijwilligers tien jaar. Naar aanleiding van die verjaardag hebben ministers De Block van Sociale Zaken en Volksgezondheid en Peeters van Werk aan de hoge Raad voor Vrijwilligers gevraagd om de wet grondig te analyseren en aan te geven welke punten beter kunnen, rekening houdende met de concrete problemen op het terrein.

In ons land zetten 1,2 miljoen vrijwilligers zich geregeld of af en toe in via een vereniging.

De overgrote meerderheid wordt als puur vrijwilliger beschouwd. Zij krijgen enkel een onkostenvergoeding.

Daarnaast zijn er in ons land nog zo’n 600.000 mensen die occasioneel, spontaan en zonder enige vergoeding buren, vrienden of familie helpen. Deze spontane, sporadische hulp wordt niet gereglementeerd.  

Op punt gesteld

Ministers De Block en Peeters stellen nu het statuut van de grootste groep op punt, de vrijwilligers met enkel een onkostenvergoeding. Dankzij de aanpassingen wordt een einde gemaakt aan de discriminatie tegen vrijwilligers en aan de verwarring bij organisaties die werknemers in dienst hebben en die tegelijk een beroep doen op vrijwilligers en niet weten welke kostenvergoeding ze hen moeten toekennen.

Het vernieuwde statuut geeft ook gevolg aan het overleg dat minister De Block hierover had met Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz. Minister Gatz: “Deze administratieve vereenvoudiging is een belangrijke stap vooruit voor de duizenden vrijwilligers die zich inzetten op zowat alle terreinen van het maatschappelijk leven. Een fijne boodschap aan het begin van de week van de Vrijwilliger.”

Vernieuwd statuut

Ministers Peeters en Block stellen onder meer volgende aanpassingen voor aan het tien jaar oude vrijwilligersstatuut:  

  • Kostenvergoeding

De vrijwilligers krijgen volgens het vernieuwde statuut een “kostenvergoeding” in de plaats van een “vergoeding”.

Uit het onderzoek door de Hoge Raad voor Vrijwilligers op het terrein was gebleken dat de term “vergoeding" voor verwarring zorgde.

Als een organisatie geld betaalt aan vrijwilligers, gaat het enkel om een bedrag dat de kosten dekt die verband houden met de activiteit. Het gaat niet om een schadevergoeding noch om de verloning van arbeid. Het gaat ook niet om een compensatie voor de tijd die de vrijwilliger heeft geïnvesteerd. De vergoeding vormt een terugbetaling van kosten, ook wanneer het om een forfaitair bedrag gaat.

  • Fietsvergoeding

De vrijwilligers kunnen een fietsvergoeding krijgen. Maggie De Block: “Een vrijwilliger mag een busticket inbrengen als kosten. Het is dan maar logisch dat ze, net zoals werknemers in de privésector, ook een fietsvergoeding krijgen als ze bijvoorbeeld elke week met de fiets naar een ziekenhuis rijden om zieken voor te lezen.”

  • Occasionele geschenken

Occasionele geschenken voor vrijwilligers zullen niet langer als loon worden beschouwd noch verrekend worden in de maximabedragen voor vergoedingen als de regels van toepassing op werknemers worden nageleefd. De huidige vrijstelling in geval van occasionele geschenken die op werknemers van toepassing is, wordt hiermee uitgebreid naar het vrijwilligersstelsel.

  • Beroepsgeheim

Het begrip 'beroepsgeheim' wordt verduidelijkt voor vrijwilligers. Tot nu toe moest de vrijwilliger vaak zelf proberen achterhalen of zij of hij al dan niet aan het beroepsgeheim was onderworpen. Een vrijwilliger die maaltijden bedeelt in een rusthuis bijvoorbeeld, kan bepaalde gegevens uit een medisch dossier opvangen. Hier rijst dan meteen de vraag van het beroepsgeheim.  

Vanaf nu zal de organisatie die een beroep doet op vrijwilligers hen duidelijk moeten maken of het beroepsgeheim al dan niet op hem of haar van toepassing is.

  • Niet bezoldigde mandaten

Wie als vrijwilliger taken uitvoert in het kader van een niet bezoldigd mandaat zal volgens het vernieuwde statuut door alle openbare instellingen (belastingadministratie, RSVZ, RSZ, enz.) als vrijwilliger worden beschouwd en kan dus enkel een kostenvergoeding verkrijgen.

Het wetsontwerp wordt nog besproken met de Hoge Raad voor Vrijwilligers en de Nationale Arbeidsraad en vervolgens aan de ministerraad voorgelegd. Ministers De Block en Peeters hopen dat het nieuwe statuut tegen de herfst in voege kan treden.